Langverwacht

Door: “Mama, als Birte een jongen was geweest, wat zou haar naam dan zijn?”

Ik: “Door.”

Door: “En van Toke?”

Ik: “Ook Door.”

Door: “Amai, jij hebt lang op mij moeten wachten, hé.”

Eigenlijk niet, lieve schat. We hadden al vaak van jou gedroomd, en toch was ik zwanger nog voor ik het verwachtte. Toke was een echte huilbaby. Ik was moe en sleepte me door de dagen heen. Bovendien was ik ziek geweest en had ik heel wat medicijnen moeten nemen. De gynaecoloog was maar weinig optimistisch tijdens de eerste controle. “Er is wel iets, maar ik zie geen hartje.” Bovenaan mijn dossier schreef hij miskraam. Met tranen in de ogen reden we naar huis.

Twee dagen later werd ik overspoeld door golven van misselijkheid. En van hoop. Blijdschap. Ongerustheid. Maar vooral hoop. En misselijkheid.

Een eeuwigdurende week later zagen we je hartje wel kloppen. Een kleine flikkering op een zwart-witbeeld, sterk en dapper. Roerloos lag ik naar je te kijken. Opgelucht. Blij. En nog steeds heel erg misselijk.

Het woord miskraam bleef staan, bovenaan mijn zwangerschapsdossier. Op controle bij de dokter, met mijn buik steeds een beetje boller, moest ik er telkens wat om lachen. En ook een beetje huilen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s